TEKSTEN VAN DE LIEDJES VAN DEZE DRIE CD’s

1 – coverhup 240  “HUPPELDEPUP”

  1. Huppeldepuplied
    Huppeldepup, huppeldepup, wij zijn van de huppelclub.
    Huppeldepup, huppeldepup, wij zijn van de club.
    We huppelen van hot naar her, we huppelen zo veel, zo ver.
    Huppeldepup, huppeldepup, wij zijn van de club.
    (herhaal het eerste deel fluisterend, het tweede gedeelte crescendo)
    =
  2. Badje vol water
    Badje vol water: spet spat spuit.
    Pats met je handjes het water eruit.
    Haartjes nat en buikje glad.
    Dit lijfje komt straks schoon uit bad.
    En word je weer vies of vuil of vet:
    dan weer in badje: spuit spat spet!
    Dan weer in badje: spuit spat spet!
    (herhaal 2x)
    =
  3. Spoken slaan
    Als niets meer helpt. Aikido-vers bij intense woede van kinderen die snel slaan. Wellicht eerst voor u zelf goed instuderen en eventueel oefenen in buien van minder grote boosheid bij het kind. Wat moet u doen: respecteer uw kinds energie. Vergeet de oorzaak, vergeet de reden. Neem deze energie zoals ie is. Strek uw hand uit en biedt die hand aan om geslagen te worden. Indien uw woedende zoon of dochter slaat, dan trekt u uw hand snel terug (U wilt natuurlijk niet echt geslagen worden). Wees dus snel!!! Wees niet bang om het een paar keer te herhalen. Bij mijn zoon werkte het meteen! In één klap dus van kwaad naar vrolijk en alles vergeten!
    =
    Wil jij slaan, jij kleine snaak?
    En ben jij boos, op wie dan ook?
    Sla dan! (Sla dan!)
    Je kunt me toch niet raken! (Je kunt me toch niet raken!)
    Probeer het maar…
    ik ben een spook! (hihihi)
    =
  4. Lente
    ‘t Is lente! ‘t Is lente! De bloemetjes, die dansen.
    De bloemetjes, die dansen in de wind.
    En ik, ik kan ook dansen, zo leuk als ik dat vind.
    Ja ik, ik kan ook dansen, Zo leuk als ik dat vind.
    =
  5. Nog voor de zon te zien zal zijn
    Nog voor de zon te zien zal zijn, zingen vogels al hun nieuw refrein.
    Ja, wens de nacht maar goedendag. Wil je fluiten, fluit dan mee:
    =
    tjiepe-tjiep, tjiepe-tjiep, tjiepe-tjiep-tjiep-tjiep,
    tjiepe-tjiep, tjiepe-tjiep-tjiep-tjiep;
    twiet-twiet-twiet-twiet… twiet-twiet…
    tjiep-tjiep, tjiepe-tjiepe-tjiep, tjiep… twiet !
    =
    Nog voor de zon te zien zal zijn, schuiven bloemen al hun bladgordijn.
    Ja, wens de nacht maar goedendag. Wil je zingen, zing dan mee:
    =
    tjiepe-tjiep, tjiepe-tjiep, tjiepe-tjiep-tjiep-tjiep,
    tjiepe-tjiep, tjiepe-tjiep-tjiep-tjiep;
    twiet-twiet-twiet-twiet… twiet-twiet…
    tjiep-tjiep, tjiepe-tjiepe-tjiep, tjiep… twiet !
    =
  6. Rood en groen
    Veilig en gezellig wachten bij de zebra en het stoplicht voor voetgangers. Veilig verkeer! Op-de-plaats-in-de-pas-lopen geeft geweldige voorbereiding tot oversteken!
    =
    Rood en groen, dat zijn de beste mannekes.
    Rood en groen, daarboven in die paal. (jajaja)
    Rood en groen, dat zijn de beste mannekes.
    Rood en groen. Dat zijn ze allemaal.
    Manneke rood staat stokstijf stil, en roept onhoorbaar: “STOP!”
    Manneke groen zegt: “oversteken, loop, maar let goed op!”
    ==
  7. Honger
    Hmmm, het wordt lekker vandaag, kinderen… papa gaat vandaag lekker koken!
    Papa, ik heb honger! jah! schiet nou op! ja! ja! Ik wil eten!
    =
    Nog even maar, nog even maar, en dan is echt het eten klaar!
    Nog even maar, nog even maar, en dan is het echt klaar!
    zo, hmmm, een beetje zout, een beetje peper, het wordt lekker!
    =
    Ik heb honger! jaha!Ik wil heel erg snel éten! We gaan zó eten.
    =
    Hier heb je vast een worteltje of wil je een komkommertje?
    Hier heb je vast een worteltje of een komkommertje!
    =
    Nou, papa, ik wil eten, ik wil een boterham! ja-ha! ’k héb honger! ja ja, en ‘t wordt lekker!PAPA! Papa’s zo klaar! Papa’s zo klaar! Nou!!!
    =
    Nog even maar, nog even maar en dan is echt het eten klaar!
    Nog even maar, nog even maar en dan is het echt klaar!
    =
    ‘t Wordt lekker kinderen! Papa heeft lekker gekookt!!!!
    Papa, ik wil een boterham! Ik heb honger! Papa! Ik heb honger! Schiet nou op! Hmmm, handen wassen!) Schiet nou op!! Handen wassen!!
    =
  8. Zomer
    ‘t Is zomer. ‘t Is zomer. De zonnestralen stralen.
    De zonnestralen stralen op mijn vel.
    En ik, ik kan ook stralen:mijn hart dat klopt zo snel.
    Ja ik, ik kan ook stralen:mijn hart dat klopt zo snel.
    =
  9. Ons bootje
    Lied voor harmonisch samenzijn.
    =
    We zitten in ons bootje, midden op de oceaan.
    We zitten in ons blootje, lekker zonder kleren aan.
    =
    Kom dan, kom dan, kom dan. Kom dan, kom dan, kom dan.
    Kom dan, kom dan, kom dan. Kom dan, kom dan kom mee!
    =
    We zitten in ons bootje, midden op de oceaan.
    We eten lekker broodjes met appel en banaan.
    =
    Kom dan, kom dan, kom dan! Kom dan, kom dan, kom dan!
    =
    We zitten in ons bootje, midden op de oceaan.
    We baden lekker pootje, kom nu, want we gaan.
    =
    We gaan nu vertrekken… en als je mee wilt…stap dan nú in! Voorzichtig hoor!!
    =
    Kom dan, kom dan, kom dan. Kom dan, kom dan, kom dan.
    Kom dan, kom dan, kom dan. Kom dan, kom dan kom mee!
    =
  10. Cavia
    Witte haren, rode ogen, dat was mijn cavia.
    Scherpe nagels, spitse oren. Dat was mijn cavia.
    =
    Z’ was de liefste van de wereld. At voorzichtig uit mijn hand.
    Hield van hooi om in te kruipen. Poepte op een oude krant…
    =
    Witte haren, rode ogen: dat was mijn cavia.
    Scherpe nagels, spitse oren: dat was mijn cavia.
    =
    ‘k Heb h’r in de tuin begraven bij de grote dennenboom.
    Ga er telkens bloempjes brengen als ze terugkwam in mijn droom…
    =
    Witte haren, rode ogen: dat was mijn cavia…
    =
  11. Boos
    Aikido-lied bij boosheid. Werkt goed in groepen en op scholen.Werd met succes toegepast bij onrust in groep 5, door de heer René Udo,voormalig directeur en docent aan de A.M.G. Schmidtschool te Amsterdam.Gewoon even met zijn allen uit de stoelen en even zingen: LEKKER BOOS!!!!!!
    =
    Boos boos boos boos boos boos boos!
    Boos boos boos boos boos boos boos!
    Vuisten ballen, heel hard gillen!
    Boos boos boos boos boos boos boos!
    Voeten stampen, niets meer willen!
    Boos boos boos boos boos boos boos!
    =
    Lekker boos! Lekker boos! Lekker boos! Lekker boos!Ik ben boos! Ik ben boos!
    Ik ben héél érg bóós! Lekker boos! Lekker-lékker boos! Lekker boos…
    =
    Boos boos boos boos boos boos!
    Vuisten ballen, heel hard gillen!
    Boos boos boos boos boos boos!
    Voeten stampen, niets meer willen!
    Boos boos boos boos boos boos!
    =
    Lekker boos! Lekker boos! Lekker boos! Lekker boos!Lekker boos! Lekker boos! Lekker boos! Lekker boos!Lekker boos! IK BEN BOOS !
    =
  12. Proberen
    Heej! Lust jij dit lekkere hapje niet dan moet je dit proberen:
    je bent alleen in een donker bos, je hoort apen, tijgers, beren.
    (je bent alleen in een donker bos, je hoort apen, tijgers, beren.)
    =
    Bij het kampvuur zit je veilig maar je hebt nog niet gegeten:
    je buikje knort, je wil een bord, van alles wil je eten.
    (je buikje knort, je wil een bord, van alles wil je eten)
    =
    Hap, hap, hap en nog eens hap, ‘t is prima te verteren.
    Je lacht hardop in dat donker bos: dag apen, tijgers, beren!
    (je lacht hardop in dat donker bos, dag apen, tijgers, beren!)
    je lacht hardop in dat donker bos,dag apen, (dag apen!)
    dag tijgers, (dag tijgers!)dag beren, (dag! beren!)
    =
  13. Herfst
    ‘t Is herfst. ‘t Is herfst. De bladeren dart’len.
    De bladeren dart’len in de lucht.
    En ik, ik kan ook dart’len: zo lenig en zo vlug.
    Ja ik, ik kan ook dart’len: zo lenig en zo vlug.
    =
  14. Voetje, voetje, voetje
    Lied ter bevordering van het schoenen aantrekken. Tura’s allereerste liedje voor zijn eigen kinderen…
    =
    Voetje, voetje, voetje, sta ’s stil: hier ’s een schoentje dat jou wil.
    Stop nou, stop nou, stap ’s in!Hup, dat is een goed begin.
    Nu dit voetje hier en dat schoentje daar en klaar is kees!
    Dus lopen maar! En klaar is kees!
    Dus lopen maar! (Lopen keesje! Lopen! Lopen! Lopen!!)
    =
  15. De kieteldood
    Als de handen van vaders en moeders beginnen te jeuken… dan is dit de meest liefdevolle manier om uw ouderlijke irritatie en boosheid te lozen. Voorzichtig beginnen en dan opvoeren tot iedereen lacht! Probeer eens “dreigende” heksenvingers met een heksenlach…!
    =
    Genoeg! Genoeg! (Genoeg!)
    ‘t Is afgelopen! (Genoeg!)
    Nu niet meer! Niet meer! (niet meer!)
    Gesnopen?
    Jij gaat niet met de billen bloot!
    Nee! (Nee!)
    Jij krijgt straks… de kieteldood! (kietelekietelekietele)
    =
  16. Dolle dierendansje
    Bewegingsspel en slaapspel. Heeft u nog kinderen die nog niet willen slapen of nog niet kunnen slapen? Dit is hun lied! Even die laatste energie eruit! Blijf erbij en geniet! Een laatste inspanning voor kinderen die nog niet willen of kunnen slapen. Bij dit lied gaat u dansen met kinderen! Dansen ja! U denkt wellicht dat kinderen voor het slapen juist rustiger moeten worden. En minder invloeden moeten krijgen. Steeds minder gebeurtenissen om hen heen. Dat klopt ook. Maar dit lied en deze methode zijn zeer praktisch bij veel-en-vaak-bewegende kinderen en ook minder-vaak-bewegende kinderen bij wie dat niet lukt. Van tevoren goed en wederzijds afspreken en eventueel onderhandelen over het aantal keren. Stel bijvoorbeeld 3x. En afspraak blijft afspraak. Dan ook te allen tijde 3x in stand houden en niet veranderen.
    =
    Voor we weer naar bed toe gaan nog even een klein dansje.
    Zwieren-zwaaien-zweven-zwaan, gieren-gaaien-gansje.
    Dans nog even met me mee ons dieren-dolle-dansje.
    Zwieren-zwaaien-zweven-zwaan, gieren-gaaien-gansje.
    JOEHOE!
    Zwaaien met je billetjes!
    Vliegen met je handen!
    Zwieren-zwaaien-zweven-zwaan, gieren-gaaien-gansje.
    =
  17. Tingelingeling
    Je beer en je pop en je barbie, je aapje en je hond
    staan allen om je kussen heen en dansen in ‘t rond.
    =
    Ting-elinge-linge-lingeling-elinge-ling. (Hoi !)
    Ting-elinge-linge-lingeling-elinge-ling. (Hoi !)
    Ting-ting, ting-ting. Ting-ting, ting-ting.
    Ting-elinge-linge-lingeling-elinge-ling…
    =
    Ze zingen van jou elke avond, zo zacht maar zonneklaar:
    hoe mooi jij bent, hoe wonderlijk: ach hoorde je ‘t maar!
    =
    Ting-elinge-linge-lingeling-elinge-ling. (Hoi !)
    Ting-elinge-linge-lingeling-elinge-ling. (Hoi !)
    Ting-ting, ting-ting. Ting-ting, ting-ting.
    Ting-elinge-linge-lingeling-elinge-ling.
    =
  18. Slang is lang
    Een slang (een slang) is lang (is lang)
    als hij ligt (als hij ligt) als hij ligt (als hij ligt).
    Een slang (een slang) is lang (is lang)
    als hij ligt (als hij ligt) als hij ligt (als hij ligt).
    =
    En hoog… staand op zijn staart…
    of op zijn kop (of op zijn kop)
    of op zijn kop (of op zijn kop)
    =
    En heeft die slang genoeg geduurd
    dan rollen we ‘m gewoonweg op! Gewoonweg op!
    =
  19. Winter
    ‘t Is winter. ‘t Is winter. De sneeuwvlokken zweven.
    De sneeuwvlokken zweven traag omlaag.
    En ik, ik kan ook zweven: ik doe het ook zo graag.
    Ja ik, ik kan ook zweven: ik doe het ook zo graag.
    ==
  20. Heertjes slaaplied
    Slaaplied voor jongens.
    =
    Geef je nog een handje en zing een laatste lied.
    Geef me maar je handje en zink verder in het niets.
    Kijk nog maar een keertje naar je beertjes lieve neus…
    Welterusten heertje! Mijn grote kleine reus…
    =
  21. Vrouwtjes slaaplied
    Slaaplied voor meisjes.
    =
    Geef je nog een handje, een kus op je gezicht.
    Geef me maar je handje, je ogen vallen dicht.
    Wie je bent, onthoud je tot aan ‘t einde van het licht.
    Welterusten vrouwke! Mijn lieve lichtgewicht…
    =
  22. Huppeldepuplied
    Huppeldepup, huppeldepup, wij zijn van de huppelclub.
    Huppeldepup, huppeldepup, wij zijn van de club.
    We huppelen van hot naar her, we huppelen zo veel, zo ver.
    Huppeldepup, huppeldepup, wij zijn van de club.
    (herhaal het eerste deel fluisterend, het tweede gedeelte crescendo)

==
=

=

=

TEKSTEN VAN DE LIEDJES VAN CD “FLUITJE VAN EEN CENT”

2 – coverfluit 240 “FLUITJE VAN EEN CENT”

  1. Fluitje van een cent
    Ode aan voorvaderen. Fluit! Liedje voor onderweg. Naar opa of naar oma! Of als er iets tegen valt. Verzin dan een verhaal over een onzichtbaar fluitje!
    =
    Heb gekregen van mijn opa, mijn opa, mijn opa,
    heb gekregen van mijn opa een fluitje van een cent.
    Heb gekregen van mijn opa, mijn opa, mijn opa,
    heb gekregen van mijn opa, een fluitje van een cent.Fluitje van een cent, fluitje van een cent,
    fluitje, fluitje, fluitje van een… CENT…
    mijn opa gaf het!
    =
  2. Mama Anne Jema
    Anne is “mama” in de Turkse taal. Jema is “mama’ in de Marokkaanse/Berberse taal
    =
  3.  Nog 3 nachtjes slapen
    Slingers, taart en chocola; hieper-de-pieper-de-piep-hoera!
    Iedereen is heel erg blij! Alle kadootjes zijn voor mij.
    O, maar o, het duurt zo lang: nog 3 nachtjes slapen.
    O, maar o, het duurt zo lang: bijna ben ik…
    (twee…, drie… , vier… , vijf… , zes… , zeven… , acht)
    =
  4. Lang lang lang
    Nieuw verjaardagslied. Om ‘s morgens vroeg de jarige Job(s) wakker te maken. Past perfect na het eerste lied: Lang-zal-ie-leven.
    =
    Lang lang lang lang lang zullen ze leven!
    Lang lang lang lang lang leven zij!
    Lang lang lang lang
    lang lang lang!
    Lang zullen ze leven! Lang zullen ze leven!
    Lang zullen ze leven! Lang lang lang!
    =
    Zang zang zang zang zang zullen we zingen!
    Zang zang zang zang zang zingen wij!
    Zing-zang zing-zang
    zing-zang-zing!
    Zang zullen we zingen! Zang zullen we zingen!
    Zang zullen we zingen! Zang-zing-zang!
    =
  5. Dans je met me
    Wil je met me dansen? Wil je met me dansen?
    Even lekker dansen boven op de maan?
    =
    Wil je met me dansen? Wil je met me dansen?
    even lekker dansen alles laten staan?Jij daar… dans je met me mee?!
    =
    Jij daar… dans je met me mee?!
    Jij daar… dans je met me mee?!
    Jij daar… dans je met me!(herhaal het geheel)
    =
  6. Paardje Wiebelkont
    Kun je moeilijk stilzitten? Dat is dit jouw lied! Kun je heel goed stilzitten, dan is dit óók jouw lied! Op-schoot-bewegingsspel.Vergelijk dit lied met “damespaard-herenpaard-boerenpaard”).
    =
    Dit paardje heeft een wiebelkont, een wiebelkont! (prhh)
    Dit paardje heeft een wiebelkont, een wiebelkont! (prhh)
    Een wiebelkont, (prhh)
    een wiebel-, wiebel-, wiebel-, wiebel-, wiebelkont!Van wiebel wobbel de wil. (prhh)
    Van wiebel wobbel de bil. (prhh)
    En als het wiebelen over is, ja dan zit het paardje stil…
    … (ja) dan zit het paardje stil! (sttt)
    =
  7. Pluisje
    Weet je… wie de liefste is…
    ja, dat is Pluisje!
    Pluisje… mijn Pluisje…
    was ik maar thuis…
    =
  8. Pingpongbal
    Pingpongbal, ik ping je overal,
    ik pong je 1, 2, 3, totdat ik pingpong zie!
    Pingpongpret, nu heel goed opgelet!
    Ik pang je huizenhoog.
    Zie jij een pingpongboog?
    =
    1 en 2, 3, 4, 5, 6. Wil jij ook op pingpongles?
    6 en 5, 4, 3, 2, 1, of pingpong jij ‘t liefst alleen?
    Pingpong hard en pongpong ver.
    Jij bent écht een pingpongster!
    Pingpong zacht en pingpong veel;
    bal vliegt door een luchtkasteel…
    =
    Oh… hij gaat hoog… hij maakt een boog…
    hij komt naar beneden! De bal… ik moet hem vangen!
    Hebbes! En nu ga ik er toch een mep tegen geven…
    1, 2, 3!=
    =
  9. Pikadorus
    Kijk in de goot, kijk op de stoep, zie jij een Pikadorus?
    Ja, niemand weet wat achter is en niemand weet wat voor!
    Bruin, zo bruin, daar op de stoep.
    Pikadorus, dat is hondenpoep!
    =
    Kijk in de goot, kijk op de stoep, zie jij een Pikadorus?
    Ja, voeten vegen is wel goed, maar niet met Pikadoor!
    Bruin, zo bruin, daar op de stoep.
    Pikadorus, dat is hondenpoep!
    =
  10. Zoek me dan
    Zoek me dan… zoek me dan…
    je kunt me toch niet vinden
    zoek me dan… zoek me dan…
    je vindt me lekker niet!Zoek me dan… zoek me dan…
    je kunt me toch niet vinden / je kunt me toch niet vinden
    maar als je heel goed lui… luistert… krijg je o…. oren als een … blinde.
    =
  11. Kelduikel
    Kan heel goed in canon gezongen worden.
    =
    Duikel-duikel-duikel-duikel-duikel-duikel-duik!
    Duikel-duikel-duikel-duikel, ik duikel, ik…
    Duikel-duikel-duikel-duikel-duikel-duikel-duik.
    Duikel-duikel-duikel-duikel, ik BOL.
    =
    Holderdebol, rolderdebol, holderdebol. Duikel.
    Holderdebol, rolderdebol, holderdebol. Duikel.(herhaal in canon)
    =
  12. Stop Stop Standbeeld
    1 en 2 en 3 en 4 en stop: je wordt een standbeeld.
    NEEE! Niet meer bewegen:je bent er eentje van steen.
    Dit lied, dat houdt zo dad’lijk op.
    Dan roep, dan roep, dan roep ik eindelijk: STOP!
    =
  13. Handen vliegen
    Spuugvangend lied. Hygiënisch zingen?
    =
    Allebei mijn handen kunnen vliegen vliegensvlug,
    ja, ze schieten naar mijn mond toe en ze zweven weer terug!
    Proesten, proesten, proesten.
    Hoest! Hoest! Hoest!
    Niezen, niezen, niezen.Kuch! Kuch!
    Allebei mijn handen vliegen vliegensvlug,
    schieten naar mijn mond en terug!
    =
  14. Ojee OK
    Speciaal voor vaders en moeders die geen antwoord weten op al die waarom-vragen…
    =
    Waarom? Waarom?
    Tja, tja, dat… dat… dat weet papa niet hoor, dat.. dat…
    Waarom? Dat is een hele moeilijke vraag!
    Dat weet ik niet! Dat weet papa niet!
    =
    Ojee, ojee, voordat ik het vergeet: ik moet je wat vertellen:
    d’r is niemand die het weet!
    Ojee, ojee,, voordat ik het vergeet: ik moet je wat vertellen:
    d’r is niemand die het weet!Ojee, (ojee) ojee (ojee)
    en dit is al het einde, het einde van dit lied; er valt niet veel te zeggen, alleen: ik weet het niet!ojee ok
    ojee ok (ja.. ja.. waarom? Papa weet het echt niet!)
    ojee ok
    ojee ok (papa weet het echt niet…)
    ojee ok
    ojee ok (ik weet het niet… waarom… dat kan toch?!)
    ojee ok
    OK!?
    =
  15. Plie Ploe Pla
    Muzikaal antidepressivum. Weet je het even niet meer wat je moet doen? Zing dit lied! Zing het en alles is al anders! Een beetje te vergelijken met ‘tot-10-tellen’…
    =
    Als je het niet weet, zeg me dan maar na:
    plie-ploe, plie-ploe, plie-ploe, plie
    plie-ploe, plie-ploe PLA !Als je het niet weet, zeg me dan maar na:
    plie-ploe, plie-ploe, plie-ploe, plie
    plie-ploe, plie-ploe PLA !
    =
  16. Kijken Staren Turen
    Blijven-kijken-spel! Niet lachen! Speloppervlak: 1 vierkante meter. Blijf elkaar in de ogen kijken. Wie het eerste lacht , is af! Wegkijken telt niet, mag niet, behalve als je heel schattig bent.Kijken… (ik in jouw ogen)
    =
    Staren… (jij in de mijne)
    Turen… (ja!):
    wie het eerste lacht is af… (echt waar!)
    Dat kan duizend uren duren. (Tenzij…)
    tenzij jij nu al lacht!
    =
  17. Grote Gele Zon
    Dóórlopenlied. Voor (te) lange kindervoettochten. Tongenbrekend vierdaagselied.
    =
    Alle bloemen draaien naar de grote gele zon.
    Alle bomen zwaaien met hun bladerenjapon.
    Merels en ook mussen en ook kraaien willen kussen;
    ja, de pieren pierewaaien in het groen van het gazon! (voortdurend herhalen)
    =
  18. Bijnabij
    We zijn er bijna… Voor (te) lange kindertochten.
    =
    Bijna, bijna, bijna, bijna, maar nog niet helemaal!
    Bijna, bijna, bijna,
    bijnabij, bijnabij,
    nabij-nabij-nabij-nabij,
    maar nog niet helemaal.bijna-bijna-bijna-bijna maar nog …
    niet…
    he-…
    le-…
    =
  19. Opruimlied
    Alle puzzels in de dozen. Alle kopjes op het blad.
    Alle boekjes in de kast. En alle blokjes in het vat.
    Alle propjes in de mand… en alle popjes op de bank…
    alle dopjes op de stiften… alle auto’s op de plank!
    Alle puzzels in de dozen. Alle kopjes op het blad.
    Alle boekjes in de kast. ‘t Is opgeruimd! Proficiat!
    =
  20. Teruggeefrovers
    Het kan heel moeilijk zijn om iets terug te geven wat niet van jou is. Probeer dan eens dit lied. Met échte roverszang!Ikke ben de rover uit rovershol.
    =
    Ikke ben de rover, uit rovershol.
    Alles meegenomen van land en zee.
    Alles meegenomen van huplakee.Maar teruggeefrovers zijn niet bang!
    Wij geven alles terug met roverszang…
    zangggg…
    =
  21. Wonder
    Slaaplied.
    =
    Daar boven de daken, daar schittert een ster: zo stralend in avondjapon.
    Voor jou in dat bed (ahhhhhh)
    danst zij haar ballet (ahhhhhh)
    en morgen schijnt voor jou de zon.Ieder mensenkind, dat een wonder vindt,
    ziet bij elke ster zo ontélbaar ver.
    =
    Daar boven de daken, daar prevelt de maan in stilte een avondgebed.
    De nacht is nog lang… (jahhhhhh)
    het licht dat zij vangt… (jahhhhhh)
    dat stuurt zij meteen door naar jou.Ieder mensenkind, dat een wonder vindt,
    ziet bij volle maan heel de wereld staan!
    =
    Ieder mensenkind, dat een wonder vindt,
    ziet bij elke ster zo ontélbaar ver.Parlando:
    Ieder mensenkind, dat een wonder vindt,
    kan bij ster en maan zó véél verder gaan!
    Ieder mensenkind… dat een wonder vindt…
    =
  22. Paradijsdans (op de cd is nr 40 de versie met tekst!)

    Trappetje… omhoog. En trappetje gaat ook omláág!
    Aáááálle trappetjes! Ze maken er een spelletje van!
    Soms gaat het éne engeltje de trap omhoog
    en dan komt het ándere engeltje nét weer naar beneden.
    =
    Daaronder zingt een stem.
    – NIEMAND weet WIE of WAT dat is! –
    Een stem die zingt, met lange lange lange tonen.
    =
    En je luistert… en je kijkt naar buiten! En naar boven!
    En je gáát naar buiten! JA! Je ziet vogels en lucht.
    =
    Hoor: het ruisen van de bladeren, en je ruikt de geur van bloemen,
    en de zon is zó warm…
    Maar je voelt ook de hitte en ‘s nachts… is het ijs- en ijskoud!
    =
    Maar toch… toch dansen die engelen trap op en trap af!
    Het is allemaal muziek! Muziek! Uit het paradijs!
    Met vreugde en met weemoed…
    (“Wat is dat, huh? Weemoed…?”)
    Weemoed… dat is… dat je een heel klein beetje verdrietig bent en
    ook toch wel warm en een klein beetje fijn…
    FIJN… HEEL FIJN !
    =
    En jij, jij loopt daar op die trap… JIJ!!
    Trap op en trap af. Trap-óp-trap-áf!
    En dan ineens… ben je héééél… erg… moe!
    Heel erg moe… MOE.
    En langzaam… stijg je op…..hoger en hoger…
    en je vliegt… in slaap…=

 

=

=

TEKSTEN VAN DE LIEDJES VAN CD “KIEKEBOE!”

3 – coverkiekeboe 2 “KIEKEBOE!”

  1. Okidoki
    Traplopen met je kind? Zing dit lied en het gebeuren wordt een feest! Oki-: zet stap 1, van je kind vandaan -doki-: zet stap 2, van je kind vandaan. -dee!: zet stap 3, van je kind vandaan. Blijft je kind achter, doe dan stap 3 naar je kind toe in plaats van er vandaan! Je bent in totaal dan toch een stap verder en je kunt via je stem spelen met al je verleidingskracht: lekker zelf traplopen! Fijn! Met dit lied ga je de trap omlaag. Met lied nummer 16 (zie beneden) ga je weer omhoog!
    =
    Okidoki-dee, wie gaat er met mij mee?
    Okidoki-dap, naar beneden met de trap?
    Trippe-trappe-treetje, trippe-treetje-trap.
    Steeds een treetje lager, steeds met elke stap.
    Okidoki-dee, wie gaat er met mij mee?
    =
  2. Kiekeboe
    Kindjes eerste humor!
    =
    Kiekeboe en piep-piep-piep…
    kie-kekekie-kekekie-kekekieke-
    boe, boe, kiekeboe,
    kiekeboe en piep-piep.
    Boe, boe,
    kiekeboe, kiekeboe en piep-piep-piep.
    Pwiep! Pwiep! Pwiep!
    =
    Piep-piep-piep en kiekeboe…
    kie-kekekie-kekekie-kekekieke-
    boe, boe, kiekeboe,
    kiekeboe en piep-piep.
    Boe, boe,
    kiekeboe, kiekeboe en piep-piep-piep.
    Pwiep! Pwiep! Pwiep!
    =
  3. Liefje Olifant
    Vervolg op het bekende ‘Olifantje in het bos’. Loop eens als Liefje Olifant. Loop eens als Mama Olifant.En daarna heel voorzichtig en langzaam botsen! Zogenaamd heel hard!
    =
    Over een smal paadje in het grote groene bos,
    daar liep een baby olifant en dat kindje liet los.
    Daar liep een baby olifant en dat kindje dat liet los.
    =
    “Mama? Mama? Waar ben je nou?
    Mama? Mama? Waar ben je?”
    =
    Op een brede zandweg in dat grote groene bos,
    daar liep een mama olifant en die moeder liet los.
    Daar liep een mama olifant en die moeder die liet los.
    =
    “Liefje? Liefje? Waar ben je nou?
    Liefje? Liefje? Waar ben je?”
    =
    Op een stille kruising in dat bos zo wonderbaar,
    daar botsten baby olifant en haar moeder op elkaar!
    Daar botsten baby olifant en haar moeder op elkaar!
    =
    “… Mama!” “… Liefje!” “… Mama!” “… Liefje!”
    “… Mama!”
    =
  4. Ben ik blij!
    Van dit lied word je meteen blij! Vul bij (~) maar in wat je wil. Het werkt altijd! Blij!
    =
    Als ik (~), als ik (~), als ik (~ – ~),
    als ik (~ – ~ – ~), als ik (~ – ~),
    ben ik blij, ben ik blij, ben ik blij, ben ik blij,
    als ik (~), als ik (~), als ik (~).
    =
  5. Zonnestralen
    Daar zijn ze weer! Daar zijn ze weer! Word wakker! Word wakker!
    Daar zijn ze weer! Daar zijn ze weer! Word wakker!
    Zonnestralen komen je halen, 1 voor 1 voor 1.
    Zonnestralen komen je halen, niemand blijft alleen.
    =
    Daar zijn ze weer! Daar zijn ze weer! Word wakker!
    Zonnestralen komen je halen, buiten is het feest.
    Zonnestralen komen je halen, ben jij al geweest?
    Daar zijn ze weer! Daar zijn ze weer! Word wakker!
    =
  6. Hou van de regen
    Ik hou van de regen, ik hou van de druppels,
    ik hou van de plassen en ik stamp erin!
    Ik hou van de regen, ik hou van de druppels,
    ik hou van de plassen en ik stamp erin!
    =
  7. Kabouterlied
    Niet alles is te verklaren. Maar alles is te zingen. Magisch!
    =
    Dit is een klein kabouterlied: je hoort ze sóms, maar je ziet ze niet.
    Ze tip-pe-len langs geheime paden
    waar die zijn, dat moet je raden.
    Dit is een klein kabouterlied: je hoort ze sóms, maar je ziet… ze… niet!
    =
  8. Sanne en Ali
    Sanne! Sanne, wil zo graag naar buiten!
    Sanne! Sanne! Hoor die vogels fluiten!
    Tjip, tjap, tjip-tjap. Tjip-tjip-tjip-tjip-tjap.
    Tjip, tjap, tjip-tjap. Sanne gaat op stap!
    =
    Ali! Ali, wil zo graag naar buiten!
    Ali! Ali! Hoor die vogels fluiten!
    Tjip, tjap, tjip-tjap. Tjip-tjip-tjip-tjip-tjap.
    Tjip, tjap, tjip-tjap. Ali gaat op stap!
    =
    Sanne en Ali spelen samen buiten!
    Ali en Sanne horen vogels fluiten!
    Tjip, tjap, tjip-tjap. Tjip-tjip-tjip-tjip-tjap.
    Tjip, tjap, tjip-tjap. Samen fijn op… samen fijn op stap!
    =
  9. Bloed
    Snelle Jan heeft om de hoek een groot ongeluk gehad.
    Een flinke scheur zit in zijn broek en in zijn vel daar zit een gat.
    En uit dat gaatje in zijn vel stromen tranen, rood, ja bloed.
    Jantje roept zijn mama snel: “Bloed – Mama – Au-au-au – het doet!”
    =
    Bloed, Bloed, bloed! Weet jij hoe pijn dat doet?
    Bloed, Bloed, bloed! Weet jij hoe pijn dat doet?Jantje huilt en mama sust. Jantje snikt en mama kust.
    =
    Daar komt de doos, daar is de schaar, daar is de rol dus knippen maar!
    Dan mag Jantje ook nog kiezen: wil je de muis met lieve snuit?
    Of vind je leuker, heb je liever: de roze olifant die spuit?
    =
    Bloed, Bloed, bloed! Weet jij hoe pijn dat doet?
    Bloed, Bloed, bloed! Een pleister maakt het goed!Daar gaat Jan weer op zijn step, en tegen ieder die hij ziet
    zegt hij: “Kijk ’ns wat ik heb…:
    Ik heb ’n pleister! Ik heb ’n pleister! Ik heb ’n pleister! Jij lekker niet!”
    =
    Bloed, Bloed, bloed! Weet jij hoe pijn dat doet?
    Bloed, Bloed, bloed! Een pleister maakt het goed! (zing maar mee)
    =
  10. Staartje
    Dat hondje heeft een staartje, een staartje, een staartje.
    Dat hondje heeft een staartje, een korte staart.
    =
    Dat poesje heeft een staartje, een staartje, een staartje.
    Dat poesje heeft een staartje, een dikke staart.
    =
    Dat schaapje heeft een staartje, een staartje, een staartje.
    Dat schaapje heeft een staartje, een wollen staart.
    =
    Dat aapje heeft een staartje, een staartje, een staartje.
    Dat aapje heeft een staartje, een lange staart.
    =
    Die walvis heeft een staartje, een staartje, een staartje.
    Die walvis heeft een staartje, een platte staart.
    =
    Dat muisje heeft een staartje, een staartje, een staartje.
    Dat muisje heeft een staartje, een dunne staart.
    =
    Dit liedje heeft een staartje, een staartje, een staartje.=
    Dat liedje heeft een staartje, een gekke staart.
    =
  11. Twiet-Kwek-Zoem
    Vogeltje, wat zing je mooi. Wacht, ik kom naar buiten.
    Vogeltje, wat zing je mooi! Wil jij mij leren fluiten?
    Twiet-twiet-twiet…
    =
    Eendje, o wat zing je mooi, gekke bekken trekken.
    Eendje, o wat zing je mooi! Wil jij mij leren kwekken!
    Kwek-kwek-kwek…Twiet-twiet-kwek-kwek…
    =
    Bijtje, ach, wat zing je mooi, in en om de bloemen!
    Bijtje, ach, wat zing je mooi! Wil jij mij leren zoemen?Zoem-zoem-zoem…
    =
  12. Met je hand op je hart
    Met je hand op je hart kun je toveren…
    Toveren… Toveren!
    Met je hand op je hart, op je hart.
    Met je hand op je hart kun je to-ve-ren…
    Met je hand op je hart, op je hart!
    =
  13. En 1 en 2 en 3 en 4 en 5
    En 1 en 2 en 3 en 4 en 5, dat zijn al je vingers.
    En 1 en 2 en 3 en 4 en 5, dat zijn al je vingers.
    Van je linkerhand, van je rechterhand.
    Van je linkerhand, van je rechterhand.En 1 en 2 en 3 en 4 en 5, dat zijn al je vingers.
    En 1 en 2 en 3 en 4 en 5, dat zijn al je tenen.
    En 1 en 2 en 3 en 4 en 5, dat zijn al je tenen.
    Van je linkervoet, van je rechtervoet.
    Van je linkervoet, van je rechtervoet.En 1 en 2 en 3 en 4 en 5, dat zijn al je tenen.
    =
  14. Knuf, waar ben je?
    1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, waar is nou mijn knuf gebleven?
    Knuf? Waar ben je? Knuf… waar ben je, knuf?
    Knuf, daar ben je!
    =
  15. Vlinder (even zweven)
    Ga je mee? Spreid je armen en vlieg! Harmonisch door het huis lopen. Gras en bloemen kun je ook vervangen door tafels en stoelen etc. Dit lied wordt ook gedraaid bij begrafenissen van kinderen.
    =
    Boven het gras… Langs alle bloemen… Over de plas…
    Hoger, verder, zo vlug. Vlinder, dansend terug!
    Even zweven. Even zweven…
    Daar in het blauw, tussen de wolken, zwaai ik naar jou!
    Hoger, verder, zo vlug. Vlinder, dansend terug!
    Even zweven. Even zweven…
    Hoger… Vlinder, dansend terug!
    =
  16. Okidoki
    Traplopen met je kind? Zing dit lied en het gebeuren wordt een feest! Oki-: zet stap 1, van je kind vandaan. -doki-: zet stap 2, van je kind vandaan. -dee!: zet stap 3, van je kind vandaan. Blijft je kind achter, doe dan stap 3 naar je kind toe in plaats van er vandaan! Je bent in totaal dan toch een stap verder en je kunt via je stem spelen met al je verleidingskracht: lekker zelf traplopen! Met dit lied ga je de trap omhoog. Met lied nummer 1 (zie boven) ga je weer omlaag!
    =
    Okidoki-dee, wie gaat er met mij mee?
    Okidoki-dap, naar boven met de trap?
    Trippe-trappe-treetje, trippe-treetje-trap.
    Steeds een treetje hoger, steeds met elke stap.
    Okidoki-dee, wie gaat er met mij mee?
    =
  17. Dank je wel!
    “En wat zing je dan tegen tante?” Voor mij als kind was er niets feestelijks aan dank-je-wel zeggen nadat ik een cadeau had gekregen! Het krijgen van een cadeau was op zich al zoiets indrukwekkends, en ik wist vaak niet eens of ik er wel blij mee was.
    =
    Dank je wel, dank je wel!
    Dank je, dank je, dank je wel!
    Dank je wel, dank je wel!
    Dank je, dank je wel!
    =
  18. In jouw ogen kijk (Bonus-track: op de cd nr. 29, na de instrumentale versies)
    Als ik in jouw ogen kijk, dan zie ik sterren blinken.
    Wel duizend feeën tegelijk uit dopjes honing drinken.
    Als ik in jouw ogen kijk!
    =
    Ze smakken niet, ze slurpen niet
    nee, ze doen het heel erg netjes
    ze maken steeds hun lippen schoon door
    te deppen met servetjes.
    =
    Als ik in jouw ogen kijk, dan hoor ik melodietjes
    van duizend feeën tegelijk: Het zijn vergeet-me-nietjes!
    Als ik in jouw ogen kijk.
    =
    Ze brommen niet, ze brullen niet.
    Ze zingen heel erg fijntjes.
    Ze wiegen als een dameskoor
    en spelen tamboerijntjes.
    =
    Als ik in jouw ogen kijk…
    =
    Als ik in jouw ogen kijk…
    Zo fijn, zo fijn
    dat ik daar bij mag zijn!
    Zo fijn, zo fijn, zo fijn…
    (Als ik in jouw ogen kijk…)